Start

 

Doelstelling en juridische status

 

Doelstelling

Statutair stelt de stichting zich tot doel:

 "Het waken voor de instandhouding en waar mogelijk versterking van de cultuurhistorische kwaliteiten van bebouwing en beeld van de provincie Noord-Holland, één en ander in de ruimste zins des woords."

Zij tracht dat doel te bereiken door:

  • het bevorderen van het algemeen historisch besef op het punt van cultuurhistorische waarden en kwaliteiten van het stedelijk landschap door middel van het uitbrengen van publicaties en het (doen) organiseren van educatieve en informatieve programma's over genoemd onderwerp;
  • het gevraagd en ongevraagd uitbrengen van adviezen over gemeentelijke en/of particuliere plannen voor bebouwing, sloop, reconstructie, beeldkwaliteit en dergelijke;
  • het onderzoeken van mogelijkheden om van  belang geachte monumenten en/of beeldbepalende panden of stedelijke structuren te behouden, te restaureren of om andere bestemmingen of ander gebruik van bedoelde objecten te realiseren teneinde sloop of ongewenste ontwikkelingen dan wel wijzigingen terzake te voorkomen;
  • het kritisch volgen van planontwikkelingen en het zo nodig aantekenen van bezwaar en/of beroep tegen voornemens van de overheid of anderen, indien daar naar het oordeel van het bestuur daartoe aanleiding bestaat;
  • het zo nodig eventueel zelf verwerven en exploiteren van historische en/of beeldbepalende panden die als karakteristiek voor het stadsbeeld kunnen worden beschouwd;
  • alle andere wettige middelen die haar ten dienste staan.

 

Juridische status

Een heel belangrijk vonnis voor Stichting de Hoeksteen was het vonnis van de bestuursrechter in Utrecht inzake een inspraakprocedure rondom het project de Appelaar in Haarlem. Dit vonnis bevestigde namelijk de rol van de stichting in inspraakprocedures en de wijze waarop zij daaraan invulling gaf en geeft.

Voor die tijd probeerde de gemeente ons niet ontvankelijk te verklaren, omdat wij geen belanghebbende zouden zijn in dit soort zaken. Dat argument werd door de bestuursrechter van tafel geveegd:

2.4 Allereerst merkt de rechtbank op dat, mede gelet op de jurisprudentie ter zake waaronder uitspraken als genoemd onder 2.2, artikel 1:2, derde lid, van de Awb de mogelijkheid biedt om rechtspersonen op te laten treden als algemeen belanghebbende. Een rechtstreeks belang als bedoeld in het eerste lid van dat artikel is dan niet vereist. In de jurisprudentie wordt daarbij wel de eis gesteld dat de belangen van een dergelijke rechtspersoon niet te algemeen zijn in  relatie tot het belang waarvoor in het concrete geval wordt opgekomen.

2.5 Naast de hierboven reeds genoemde doelstelling van eiseres is in (artikel 2.2 van) de statuten bepaald dat zij dit doel tracht te bereiken onder meer door het kritisch volgen van planontwikkelingen en het zonodig aantekenen van bezwaar en/of beroep tegen voornemens van de overheid of anderen.

2.6 Voorts is het de rechtbank bekend dat de panden waarop de onderliggende vergunningen betrekking hebben, zijn gelegen in de (historische) binnenstad van Haarlem. De rechtbank overweegt dat de betreffende bouw- en sloopplannen zijn gelegen in of bij gebouwen waarvan niet gezegd kan worden dat die geen invloed hebben op het cultuurhistorische beeld van de stad Haarlem (onder meer Concertgebouw en Gerechtsgebouw).

2.7 Naar het oordeel van de rechtbank dient van geval tot geval bezien te worden of een rechtspersoon met betrekking tot een bepaald besluit als belanghebbende rechtspersoon in de zin van artikel 1: 2, derde lid, van de Awb dient te worden aangemerkt. Verweerders stelling dat eiseres in feite bezwaar zou kunnen maken tegen een breed scala aan vergunningen kan de rechtbank dan ook niet volgen, nu met name beoordeeld moet worden de relatie tussen de doelstelling van de rechtspersoon (in de statuten) en de concrete inhoud van een bestreden besluit dat voorligt.

2.8 Naar het oordeel van de rechtbank kan in dit geval niet gezegd worden dat eiseres een zodanige algemene doelstelling heeft dat haar bezwaren tegen het primaire besluit (lees: van de gemeente Haarlem) om die reden niet-ontvankelijk moeten worden geacht. Door het instellen van bezwaar en beroep tegen het betreffende primaire besluit tracht eiseres immers invulling te geven aan het waken over (onder meer) het cultuurhistorische beeld van de stad Haarlem. De doelstelling van eiseres acht de rechtbank dan ook bepaald minder algemeen dan de doelstelling van de rechtspersonen in de uitspraken waarop verweerder (lees: gemeente Haarlem, gesteund door ING-vastgoed) zich beroept. De doelstelling van eiseres is immers beperkt tot de stad Haarlem en is toegespitst op cultuurhistorische kwaliteiten van bebouwing en beeld van de stad.

2.9 Eiseres is overigens reeds eerder als belanghebbende partij toegelaten in verband met een verzoek om voorlopige voorzieningen met betrekking tot de betreffende vergunningen. In de betreffende uitspraak van de voorzieningenrechter (president) van deze rechtbank van 4 oktober 2001 (inzake SBR 01/1450) is overwogen dat ervan wordt uitgegaan dat de Stichting De Hoeksteen als belanghebbende moet worden aangemerkt op grond van haar (statutaire) doelstelling, waarbij de feitelijke activiteiten van deze stichting voldoende aanleiding geven om aan te nemen dat deze brede doelstelling ook daadwerkelijk wordt nagestreefd door Stichting de Hoeksteen.

De rechtbank ziet, gelet op al het voorgaande, geen aanleiding om thans tot een ander oordeel te komen.

2.10 Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de bezwaren van eiseres ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard. Het beroep is dan ook gegrond en het bestreden besluit dient te worden vernietigd.