|
Doelstelling en juridische status
Doelstelling Statutair stelt de stichting zich tot doel: "Het waken voor de instandhouding en waar mogelijk versterking van de cultuurhistorische kwaliteiten van bebouwing en beeld van de provincie Noord-Holland, één en ander in de ruimste zins des woords." Zij tracht dat doel te bereiken door:
Juridische status Een heel belangrijk vonnis voor Stichting de Hoeksteen was het vonnis van de bestuursrechter in Utrecht inzake een inspraakprocedure rondom het project de Appelaar in Haarlem. Dit vonnis bevestigde namelijk de rol van de stichting in inspraakprocedures en de wijze waarop zij daaraan invulling gaf en geeft. Voor die tijd probeerde de gemeente ons niet ontvankelijk te verklaren, omdat wij geen belanghebbende zouden zijn in dit soort zaken. Dat argument werd door de bestuursrechter van tafel geveegd: 2.4
Allereerst merkt de rechtbank op dat, mede gelet op de jurisprudentie ter zake
waaronder uitspraken als genoemd onder 2.2, artikel 1:2, derde lid, van de Awb
de mogelijkheid biedt om rechtspersonen op te laten treden als algemeen
belanghebbende. Een rechtstreeks belang als bedoeld in het eerste lid van dat
artikel is dan niet vereist. In de jurisprudentie wordt daarbij wel de eis
gesteld dat de belangen van een dergelijke rechtspersoon niet te algemeen zijn
in relatie
tot het belang waarvoor in het concrete geval wordt opgekomen. 2.5
Naast de hierboven reeds genoemde doelstelling van eiseres is in (artikel 2.2
van) de statuten bepaald dat zij dit doel tracht te bereiken onder meer door het
kritisch volgen van planontwikkelingen en het zonodig aantekenen van bezwaar
en/of beroep tegen voornemens van de overheid of anderen. 2.6
Voorts is het de rechtbank bekend dat de panden waarop de onderliggende
vergunningen betrekking hebben, zijn gelegen in de (historische) binnenstad van
Haarlem. De rechtbank overweegt dat de betreffende bouw- en sloopplannen zijn
gelegen in of bij gebouwen waarvan niet gezegd kan worden dat die geen invloed
hebben op het cultuurhistorische beeld van de stad Haarlem (onder meer
Concertgebouw en Gerechtsgebouw). 2.7
Naar het oordeel van de rechtbank dient van geval tot geval bezien te worden of
een rechtspersoon met betrekking tot een bepaald besluit als belanghebbende
rechtspersoon in de zin van artikel 1: 2, derde lid, van de Awb dient te worden
aangemerkt. Verweerders stelling dat eiseres in feite bezwaar zou kunnen maken
tegen een breed scala aan vergunningen kan de rechtbank dan ook niet volgen, nu
met name beoordeeld moet worden de relatie tussen de doelstelling van de
rechtspersoon (in de statuten) en de concrete inhoud van een bestreden besluit
dat voorligt. 2.8
Naar het oordeel van de rechtbank kan in dit geval niet gezegd worden dat
eiseres een zodanige algemene doelstelling heeft dat haar bezwaren tegen het
primaire besluit (lees: van de gemeente Haarlem) om die reden niet-ontvankelijk
moeten worden geacht. Door het instellen van bezwaar en beroep tegen het
betreffende primaire besluit tracht eiseres immers invulling te geven aan het
waken over (onder meer) het cultuurhistorische beeld van de stad Haarlem. De
doelstelling van eiseres acht de rechtbank dan ook bepaald minder algemeen dan
de doelstelling van de rechtspersonen in de uitspraken waarop verweerder (lees:
gemeente Haarlem, gesteund door ING-vastgoed) zich beroept. De doelstelling van
eiseres is immers beperkt tot de stad Haarlem en is toegespitst op
cultuurhistorische kwaliteiten van bebouwing en beeld van de stad. 2.9
Eiseres is overigens reeds eerder als belanghebbende partij toegelaten in
verband met een verzoek om voorlopige voorzieningen met betrekking tot de
betreffende vergunningen. In de betreffende uitspraak van de
voorzieningenrechter (president) van deze rechtbank van 4 oktober 2001 (inzake
SBR 01/1450) is overwogen dat ervan wordt uitgegaan dat de Stichting De
Hoeksteen als belanghebbende moet worden aangemerkt op grond van haar
(statutaire) doelstelling, waarbij de feitelijke activiteiten van deze stichting
voldoende aanleiding geven om aan te nemen dat deze brede doelstelling ook
daadwerkelijk wordt nagestreefd door Stichting de Hoeksteen. De
rechtbank ziet, gelet op al het voorgaande, geen aanleiding om thans tot een
ander oordeel te komen. 2.10 Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de bezwaren van eiseres ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard. Het beroep is dan ook gegrond en het bestreden besluit dient te worden vernietigd. |